ECLI:NL:RBZUT:2003:AO0430
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. Westhuis
- Rechtspraak.nl
Terugneming schone lei wegens niet afdragen belastingteruggave na schuldsanering
Na beëindiging van de schuldsaneringsregeling waarbij aan de betrokkene de schone lei was verleend, kwam aan het licht dat zij een belastingteruggave van €4.755,00 niet aan de boedel had terugbetaald. De bewindvoerder had dit bedrag na het verbindend worden van de uitdelingslijst aan de betrokkene doorbetaald, terwijl dit volgens de rechter-commissaris aan de boedel toebehoorde.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen waarvoor de schuldsanering werkt, voor zover onvoldaan, niet langer afdwingbaar zijn, tenzij er feiten zijn die aanleiding geven tot terugneming van de schone lei. De belastingteruggave betreft inkomsten uit het jaar 2002 en moet daarom worden beschouwd als inkomsten die tijdens de looptijd van de schuldsanering zijn genoten en dus aan de boedel toekomen.
De betrokkene heeft geweigerd het bedrag terug te storten ondanks meerdere verzoeken en uitleg. Hierdoor heeft zij de schuldeisers benadeeld en wordt zij geacht niet aan haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling te hebben voldaan. De rechtbank besloot daarom ambtshalve artikel 358 lid 1 van Pro de Faillissementswet niet langer toe te passen en de schone lei terug te nemen.
Uitkomst: De rechtbank neemt ambtshalve de schone lei terug omdat de belastingteruggave niet aan de boedel is afgedragen.