ECLI:NL:RBZUT:2004:AQ6677
Rechtbank Zutphen
- Hoger beroep
- A. Van Diest-Guijt
- J.A. Lok
- Rechtspraak.nl
Onredelijk laat bezwaar tegen niet tijdig genomen handhavingsbesluit recreatiepark
Eiser verzocht de gemeente Epe om een handhavingsbesluit te nemen tegen het permanente gebruik van recreatiewoningen als tweede woning, hetgeen strijdig zou zijn met het bestemmingsplan dat bedrijfsmatige exploitatie door wisselende personen voorschrijft. Na eerdere procedures en een afwijzing van de aanvraag op 10 december 2003, diende eiser op 28 januari 2004 bezwaar in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar onredelijk laat is ingediend, omdat de bezwaartermijn van zes weken was verstreken. Het ontbreken van rechtsmiddeleninformatie in het besluit maakt dit niet verschoonbaar. Eiser is zowel als omwonende als ondernemer rechtstreeks belanghebbende bij het handhavingsbesluit, maar dit verandert niets aan de termijnoverschrijding.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de rechtbank de gemeente Epe in de proceskosten van eiser en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige bezwaarindiening tegen bestuursbesluiten en het strikt hanteren van termijnen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Bezwaar tegen niet tijdig genomen handhavingsbesluit is onredelijk laat en niet-ontvankelijk verklaard; verzoek voorlopige voorziening afgewezen.