ECLI:NL:RVS:2001:AC2532
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over schadevergoeding standplaatsvergunning Den Haag
Appellante had een standplaatsvergunning voor de verkoop van frites, vis, snacks en ijs, die door burgemeester en wethouders van Den Haag op 27 februari 1998 werd ingetrokken. Na bezwaar werd op 30 maart 1999 een gedeeltelijk gegrond verklaard besluit genomen, gevolgd door een besluit van 22 juni 1999 waarin een vervangende kiosk werd aangeboden en een schadevergoeding van ƒ 82.400 werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het schadevergoedingbesluit gegrond, vernietigde het laatste en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De Raad van State vernietigt deze uitspraak voor zover het de gegrondverklaring van het beroep tegen het schadevergoedingbesluit betreft, omdat het beroepschrift ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad oordeelt dat het besluit van 30 maart 1999 een besluit in de zin van de Awb is en dat het beroepschrift tegen dit besluit te laat was ingediend, waardoor dit beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het besluit van 22 juni 1999 is echter een beslissing in primo, waartegen het beroep niet niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden. Daarom wordt het beroepschrift doorgezonden naar burgemeester en wethouders voor behandeling als bezwaarschrift.
De Raad bevestigt verder de onherroepelijkheid van het intrekkingsbesluit en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 mei 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 30 maart 1999 is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het besluit van 22 juni 1999 wordt teruggezonden als bezwaarschrift.