ECLI:NL:RBZUT:2004:AR1280
Rechtbank Zutphen
- Raadkamer
- Elders
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak afgewezen behalve beperkte vergoeding
Verzoeker, vrijgesproken bij onherroepelijk vonnis, vroeg vergoeding van kosten rechtsbijstand en bijkomende kosten op grond van artikel 591a Wetboek van Strafvordering. De raadsvrouwe trachtte een voorwaardelijke toevoeging te verkrijgen, maar de rechtbank oordeelde dat het Wetboek van Strafvordering deze mogelijkheid niet kent en dat de toevoeging niet kan vervallen.
De rechtbank stelde vast dat de Staat niet als derde kan worden aangesproken voor kosten van rechtsbijstand en wees het verzoek tot vergoeding van de volledige kosten af. Wel werd een vergoeding toegekend voor de kosten van indiening en mondelinge behandeling van het verzoek, alsmede een beperkte vergoeding voor reiskosten die verzoeker maakte om de behandeling bij te wonen.
De beslissing werd genomen na openbare behandeling door de raadkamer en is gebaseerd op jurisprudentie van de Hoge Raad en de toepasselijke wettelijke bepalingen. De totale toegekende vergoeding bedroeg €554,=, bestaande uit €540,-- voor de procedurekosten en €14,-- voor reiskosten.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand grotendeels afgewezen, beperkte vergoeding van €554 toegekend.