ECLI:NL:RBZUT:2005:AT7116
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip perceel in Besluit bouwvergunningsvrije erfafscheiding
Eisers hebben een lichte bouwvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een damwand als erfafscheiding van circa 185-190 cm hoog op hun kadastrale perceel. De gemeente Voorst weigerde de vergunning op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).
De rechtbank onderzocht de uitleg van het begrip perceel in artikel 2, onder e, van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb). De rechtbank concludeerde dat het begrip perceel niet planologisch of feitelijk, maar kadastraal moet worden uitgelegd, conform artikel 1, eerste lid, onder c, van de Kadasterwet.
Omdat de damwand binnen de kadastrale grenzen van het perceel stond waarop reeds een gebouw staat en voldeed aan de hoogte- en afstandseisen, was er geen bouwvergunning vereist. De weigering van de gemeente was daarom onterecht. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit van 20 februari 2004.
De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eisers. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de gemeente en bepaalt dat voor de perceelafscheiding geen bouwvergunning vereist is.