ECLI:NL:RBZUT:2005:AU3642
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Doorhaling procedure hoofdzaak en gevolgen voor vrijwaringsprocedure
Partijen zijn een vennootschap onder firma gestart die later werd ontbonden. In de hoofdzaak vordert [firmanaam 2] betaling van een bedrag en bankgarantie van eiser. De hoofdzaak is doorgehaald, maar eiser vordert in vrijwaring dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van kosten die eiser mogelijk in de hoofdzaak moet voldoen.
De rechtbank stelt vast dat doorhaling een administratieve handeling is zonder rechtsgevolg en dat de procedure in de hoofdzaak weer op de rol kan worden geplaatst. Er is geen minnelijke regeling die de procedure definitief beëindigt. Hierdoor blijft het belang van eiser in de vrijwaringsprocedure bestaan.
Gedaagde stelt dat de hoofdzaak is geroyeerd en dat eiser ten onrechte in rechte is betrokken. De rechtbank wijst dit af en bepaalt dat eiser de voorlopige proceskosten van gedaagde dient te dragen omdat eiser heeft meegewerkt aan de doorhaling. Partijen wordt geadviseerd tot onderlinge regeling te komen over de proceskosten.
De rechtbank acht het niet nodig om inhoudelijk te oordelen over de vrijwaringsverplichting en houdt verdere beslissing aan. De zaak wordt op de rol geplaatst voor uitlating over doorhaling of verzoek vonnis.
Uitkomst: Doorhaling is een administratieve handeling zonder rechtsgevolg; eiser draagt voorlopige proceskosten van gedaagde.