ECLI:NL:RBZUT:2005:AU4627
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verjaring en inning van door gemeente verbeurde dwangsommen in grondovereenkomst
Partijen sloten op 12 maart 1997 een intentie-overeenkomst voor de aankoop van grond door Reesink van de gemeente Apeldoorn, waarbij de levering afhankelijk was van het verkrijgen van bouwvergunningen. De rechtbank Zutphen veroordeelde de gemeente tot levering en stelde dwangsommen vast voor het niet nakomen hiervan.
De bouwvergunning werd op 16 november 2001 van rechtswege verleend, maar de gemeente betwistte dit en verleende de vergunning formeel op 11 februari 2002. Reesink startte een beroepsprocedure en riep de gemeente op tot levering, waarbij de gemeente haar medewerking uiteindelijk op 20 december 2001 toezegde. De levering vond plaats op 14 januari 2002, met enige vertraging door nalatigheid van de gemeente.
De gemeente stelde dat de dwangsommen waren verjaard, omdat Reesink niet tijdig haar recht op nakoming had voorbehouden. De rechtbank oordeelde dat het bestuursrechtelijk beroepschrift van 20 januari 2003 een voldoende duidelijke stuiting van verjaring vormde. De rechtbank stelde vast dat de gemeente over bepaalde periodes dwangsommen had verbeurd en wees de vorderingen van de gemeente tot inning van dwangsommen over perioden waarin zij voldoende voortvarend meewerkte af.
De rechtbank beval Reesink om niet over te gaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis en arrest voor de invordering van dwangsommen over de periode 21 december 2001 tot en met 9 januari 2002, verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Reesink mocht de verjaring van dwangsommen stuiten en het verbod tot inning van dwangsommen over bepaalde perioden werd toegewezen.