ECLI:NL:RBZUT:2005:AU7037
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige wegens ondeugdelijke motivering
Eiser, eigenaar van een supermarkt en zelfstandige, ontving sinds 1998 een WAZ-uitkering vanwege rugklachten. Verweerder herzag in 2004 het besluit en trok de uitkering per 15 augustus 2004 in, omdat eiser niet langer als arbeidsongeschikt werd beschouwd. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank constateerde dat in het primaire besluit abusievelijk werd gesproken over een WAO-uitkering in plaats van een WAZ-uitkering. Medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen gaven aan dat eiser geen urenbeperking had en een mate van arbeidsongeschiktheid van circa 24% had, gebaseerd op functies met een dienstverband van 36-38 uur per week.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte geen rekening had gehouden met artikel 10, tweede lid, van het Schattingsbesluit 2000, dat de resterende verdiencapaciteit per uur limiteert bij een urenomvang die afwijkt van de maatman. De gehanteerde 60 uur per week overschreed de normale waarden en was onvoldoende gemotiveerd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen.