ECLI:NL:RBZUT:2005:AV1394
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstandsuitkering wegens pleegkinderen en wezenuitkering
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder en werd voogdes over twee pleegkinderen na het overlijden van haar zus. De gemeente beëindigde haar bijstandsuitkering per 1 september 2005, omdat zij op grond van de wezenuitkeringen en banktegoeden van de pleegkinderen niet langer bijstandsbehoeftig zou zijn.
De voorzieningenrechter stelde vast dat pleegkinderen volgens de Wwb niet als 'kind' worden aangemerkt en daarom niet tot het gezin van verzoekster behoren. Het inkomen en vermogen van de pleegkinderen mogen dan ook niet worden meegerekend bij de beoordeling van de bijstandsbehoefte van verzoekster.
Omdat verzoekster door de beëindiging van de uitkering geen zelfstandige inkomsten meer heeft en gedwongen wordt de gelden van de pleegkinderen voor privédoeleinden te gebruiken, werd het bestreden besluit geschorst en de bijstandsuitkering voortgezet, desgewenst op voorschotbasis. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van verzoekster wordt geschorst en voortgezet wegens onjuiste vermogens- en inkomenswaardering van pleegkinderen.