ECLI:NL:RBZUT:2006:AV1870
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nakoming koopovereenkomst wegens rechtsverwerking bodemonderzoek
Gosschalk en Dalhuisen sloten in 1990 een koopovereenkomst met NS Vastgoed voor percelen grond, waarbij onenigheid ontstond over een clausule betreffende bodemverontreiniging en de kosten van bodemonderzoek. NS Vastgoed wilde slechts meewerken aan opname van een bodemclausule indien de kosten 50/50 werden gedeeld. Gosschalk en Dalhuisen weigerden dit en ondernamen geen serieuze pogingen om tot overeenstemming te komen.
Gedurende de jaren 1990 tot 2000 bleef NS Vastgoed herhaaldelijk contact zoeken en voorstellen doen, terwijl Gosschalk en Dalhuisen vaak niet reageerden of hun standpunten herhaalden zonder tot overeenstemming te komen. Na een laatste brief van NS Vastgoed in 2000 waarin werd aangedrongen op actie, reageerden de kopers wederom pas na drie jaar, zonder een procedure te starten.
De rechtbank oordeelt dat Gosschalk en Dalhuisen door hun langdurige passiviteit en het nalaten van rechtsmaatregelen de gerechtvaardigde indruk hebben gewekt hun aanspraken niet meer te zullen doen gelden. Dit leidt tot rechtsverwerking, waardoor de vordering tot nakoming onaanvaardbaar is. Tevens is NS Vastgoed door het tijdsverloop ernstig benadeeld in bewijs- en eigendomspositie.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Gosschalk en Dalhuisen in de proceskosten. Tevens wordt vastgesteld dat beide partijen te veel griffierecht hebben betaald, hetgeen zal worden teruggestort.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot nakoming af wegens rechtsverwerking door langdurige passiviteit van kopers.