ECLI:NL:RBZUT:2006:AV9095
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing van bewind ingesteld bij schenking en testament wegens voldoende bestuur vermogen
Bij schenkingsakte van 20 mei 1988 stelde erflaatster een bewind in over een schenking aan verzoeker sub 2., waarbij verzoeker sub 1. als bewindvoerder was benoemd. Daarnaast stelde erflaatster bij testament van 15 februari 2004 een bewind in over een deel van haar nalatenschap, waarbij mr. R.J. Graaf Schimmelpenninck als bewindvoerder was benoemd, met uitzondering van het deel dat verzoeker sub 2. verkreeg, waarvoor verzoeker sub 1. bewindvoerder was.
Verzoekers stelden dat verzoeker sub 2. het vermogen nu zelf op verantwoorde wijze kan beheren, mede omdat meer dan vijf jaar na het overlijden van erflaatster waren verstreken en verzoeker sub 2. niet langer als 'zorgenkind' kon worden beschouwd. De rechtbank achtte dit aannemelijk op basis van de overgelegde stukken en het onderzoek ter terechtzitting.
De rechtbank besloot daarom het bewind over zowel de schenking als de nalatenschap op te heffen, conform de bepalingen in artikel 4:178 en Pro artikel 7:182 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Tevens werd bepaald dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de kantonrechter te Apeldoorn zal zenden.
Uitkomst: Het bewind over de schenking en nalatenschap wordt opgeheven omdat verzoeker sub 2. het vermogen zelf verantwoord kan beheren.