ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ0107
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Vaandrager
- Schmitz
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot werkstraf voor verduistering van goudafval in dienstbetrekking
De rechtbank Zutphen heeft op 13 oktober 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van verduistering van goudafval, zogenaamde sheets en subsheets, met een geschatte waarde van ongeveer 80.000 euro. Deze goederen had verdachte, werkzaam als medewerker en technisch coördinator op de productieafdeling, onder zich uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij een bedrijf te Eerbeek.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte, zijn eerdere verklaring bij de politie en de aangifte namens het bedrijf. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte gedurende de periode van 1 mei 2000 tot en met 1 mei 2003 het goudafval wederrechtelijk heeft toegeëigend en samen met een mededader heeft bewerkt en verkocht, waarbij hij een aanzienlijk bedrag tussen 15.000 en 20.000 euro heeft verdiend.
De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 240 uren en een gevangenisstraf van 3 maanden, waarvan de uitvoering is voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaar. De taakstraf moet worden uitgevoerd op een projectplaats van de Stichting Reclassering Nederland. Daarnaast is de vordering tot schadevergoeding van het bedrijf van ruim 139.000 euro niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze te complex is voor afdoening in het strafproces en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden wegens verduistering van goudafval.