ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ0633
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van niet uitgekeerde winst in BV op grond van periodiek verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden
De rechtbank Zutphen behandelde een geschil tussen man en vrouw over de verrekening van inkomsten en winsten in het kader van hun huwelijkse voorwaarden, die een periodiek verrekenbeding bevatten. De man had zijn eenmanszaak ingebracht in een BV, waarna discussie ontstond of niet uitgekeerde winsten in die BV ook onder het verrekenbeding vielen.
De rechtbank stelde vast dat het verrekenbeding, gelet op de tekst, omstandigheden en wederzijdse verwachtingen, ook impliciet betrekking heeft op niet uitgekeerde winst in de BV. De man was directeur en enig aandeelhouder en kon de winst bepalen, waardoor artikel 1:141 lid 4 BW Pro van toepassing was. Een solvabiliteitstoets werd gehanteerd om het uitkeerbare deel van de reserves te bepalen.
Verder werd vastgesteld dat de effectenportefeuille, levensverzekeringen en een auto bij helfte moesten worden verrekend. Ook werd een verrekening van belastingaanslagen over 2002 en 2003 vastgesteld. De man werd verplicht om aan de vrouw een bedrag van €31.305 te betalen.
Ten aanzien van alimentatie werd de behoefte van de vrouw en draagkracht van de man beoordeeld, waarbij de rechtbank een maandelijkse bijdrage van €900 tot 1 maart 2007 en daarna €1.261 toekende. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man moet €31.305 aan de vrouw betalen ter verrekening van niet uitgekeerde winst en andere vermogensbestanddelen.