ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ6054
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ouderlijke boedelverdeling en legitieme portie bij niet-opeisbaarheidsclausule
De rechtbank Zutphen behandelde een geschil over de uitvoering van een ouderlijke boedelverdeling met een niet-opeisbaarheidsclausule en het beroep van kinderen op hun legitieme portie. De erflater had in zijn testament een ouderlijke boedelverdeling opgenomen waarbij de langstlevende echtgenote alle goederen kreeg, met de verplichting om de legitieme porties van de kinderen later uit te keren. Deze vorderingen waren pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende.
De kinderen stelden dat deze clausule hun legitieme portie schond en dat de overbedeling aan de langstlevende niet als natuurlijke verbintenis kon worden aangemerkt. De langstlevende verweerde zich met het argument dat het recht van de kinderen om hun legitieme portie op te eisen was vervallen door het verstrijken van een termijn in de tenzij-clausule en dat zij zelf in een penibele financiële situatie verkeerde.
De rechtbank verwierp het verweer dat de tenzij-clausule het recht op legitieme portie deed vervallen en oordeelde dat het beroep op de legitieme portie niet in strijd met de goede trouw was. Tevens werd geoordeeld dat de niet-opeisbaarheidsclausule vernietigbaar is, behoudens het deel dat een natuurlijke verbintenis tot verzorging betreft. De omvang van deze verzorgingsplicht werd beoordeeld aan de hand van het leefpatroon van de langstlevende tijdens het huwelijk.
De rechtbank stelde het te verrekenen vermogen en de legitieme porties vast, maar vond dat de financiële positie van de langstlevende onvoldoende was onderbouwd. Daarom werd de zaak aangehouden en werd de langstlevende opgedragen nadere stukken over haar inkomens- en vermogenspositie te overleggen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: De zaak is aangehouden om de langstlevende echtgenote gelegenheid te geven haar financiële positie nader te onderbouwen.