ECLI:NL:RBZUT:2007:BA1984
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens wederspannigheid tegen opsporingsambtenaar, vrijspraak bedreiging
Op 6 november 2006 werd verdachte te Zutphen aangehouden door een uniform geklede politieambtenaar die hem wilde overbrengen naar het politiebureau. Verdachte verzette zich met geweld tegen deze opsporingsambtenaar door te rukken en trekken in tegengestelde richting. De politierechter achtte dit wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €150, te vervangen door drie dagen hechtenis bij niet-betaling.
Ten aanzien van de ten laste gelegde bedreiging van een derde persoon oordeelde de politierechter dat het bewijs ontbrak. Het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaar kon niet als bijzonder bewijsmiddel worden gebruikt omdat deze ambtenaar alleen opsporingsbevoegdheid heeft voor milieudelicten. Dit proces-verbaal kwalificeerde als een ander geschrift zonder bijzondere bewijskracht, waardoor vrijspraak volgde.
De politierechter verwees daarbij naar een arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 2006 (NJ 2006, 603) ter onderbouwing van de bewijsvoering. De strafrechtelijke kwalificatie betrof wederspannigheid ex artikel 180 Sr Pro. De uitspraak werd gedaan op 28 maart 2007 door de politierechter van de Rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor wederspannigheid en vrijgesproken van bedreiging wegens gebrek aan wettig bewijs.