ECLI:NL:RBZUT:2007:BA1984

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
28 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/471547-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 180 SrArt. 285 lid 1 SrArt. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens wederspannigheid tegen opsporingsambtenaar, vrijspraak bedreiging

Op 6 november 2006 werd verdachte te Zutphen aangehouden door een uniform geklede politieambtenaar die hem wilde overbrengen naar het politiebureau. Verdachte verzette zich met geweld tegen deze opsporingsambtenaar door te rukken en trekken in tegengestelde richting. De politierechter achtte dit wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €150, te vervangen door drie dagen hechtenis bij niet-betaling.

Ten aanzien van de ten laste gelegde bedreiging van een derde persoon oordeelde de politierechter dat het bewijs ontbrak. Het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaar kon niet als bijzonder bewijsmiddel worden gebruikt omdat deze ambtenaar alleen opsporingsbevoegdheid heeft voor milieudelicten. Dit proces-verbaal kwalificeerde als een ander geschrift zonder bijzondere bewijskracht, waardoor vrijspraak volgde.

De politierechter verwees daarbij naar een arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 2006 (NJ 2006, 603) ter onderbouwing van de bewijsvoering. De strafrechtelijke kwalificatie betrof wederspannigheid ex artikel 180 Sr Pro. De uitspraak werd gedaan op 28 maart 2007 door de politierechter van de Rechtbank Zutphen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor wederspannigheid en vrijgesproken van bedreiging wegens gebrek aan wettig bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Parketnummer: 06/471547-06
Tegenspraak / dip
Uitspraak van de politierechter mr. N.C. van Lookeren Campagne van 28 maart 2007, in de zaak tegen verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1961 te [plaats],
wonende te [adres en woonplaats]
Inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 6 november 2006 te Zutphen, toen een aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaar verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en), had aangehouden en had vastgegrepen, althans vast had, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen eerstgenoemde opsporingsambtenaar,
werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn of haar bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden;
art 180 Wetboek Pro van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks 6 november 2006 te Zutphen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"flikker op en als je mij nog eenmaal aanraakt dan trap ik je in elkaar", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
Beslissing ten aanzien van feit 1
De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 6 november 2006 te Zutphen, toen een aldaar in uniform geklede dienstdoende ambtenaar verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, had aangehouden en had vastgegrepen, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen eerstgenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 150,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis.
Beslissing ten aanzien van feit 2:
Vrijspraak.
Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde bedreiging heeft de politierechter overwogen dat het wettig bewijs ontbreekt, nu alleen het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaar eventueel voor het bewijs tegen de ontkennende verdachte kan worden gebruikt en nu niet anders is gebleken dan dat deze opsporingsambtenaar alleen voor milieudelicten opsporingsbevoegdheid heeft. Diens proces-verbaal kan bijgevolg niet worden aangemerkt als een proces-verbaal ex artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafvordering met de bijzondere bewijskracht ingevolge het tweede lid van die bepaling. Het proces-verbaal betreft een ander geschrift in de zin van artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering, op grond waarvan een bewezenverklaring alleen niet kan worden gebaseerd. De politierechter heeft daarbij nog verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 2006 (NJ 2006, 603).
Kwalificatie en toepasselijke wettelijke voorschriften
Feit 1 : Wederspannigheid.
De artikelen 23, 24, 24c en 180 van het Wetboek van Strafrecht.