ECLI:NL:RBZUT:2007:BB5443
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepsgronden tegen intrekking WAO-uitkering en toepassing onderdelenfuik bij arbeidsongeschiktheidsbesluiten
Eiser ontving sinds 1978 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, die in 2005 werd ingetrokken na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Eiser startte een eigen onderneming en voerde in bezwaar en beroep aan dat hem was toegezegd dat zijn uitkering zou worden voortgezet, en dat de functies die hem werden toegeschreven niet passend waren.
De rechtbank oordeelt dat de medische en arbeidskundige beoordeling als één besluitonderdeel geldt volgens artikel 6:13 Awb Pro, en dat eiser dit onderdeel niet in bezwaar heeft aangevochten. Zijn beroep op het vertrouwensbeginsel heeft geen betrekking op dit onderdeel en kan niet worden herleid tot een bezwaar tegen dat besluitonderdeel. De rechtbank wijst erop dat eiser bewust heeft afgezien van het aanvechten van de medische/arbeidskundige beoordeling in bezwaar.
Verder is niet gebleken dat het UWV uitdrukkelijk en ondubbelzinnig onjuiste informatie heeft verstrekt over de voortzetting van de WAO-uitkering. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het UWV terecht de uitkering heeft ingetrokken. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.