ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0971

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
8 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
88982 / HA ZA 07-96
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282 lid 4 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig deskundigenonderzoek naar tankdop ongevallen bromfiets en snorfiets

Tomos verzocht de rechtbank om een voorlopig deskundigenonderzoek te gelasten naar de oorzaak van het losschieten van de tankdop van een bromfiets en een snorfiets van het merk Tomos. Dit verzoek volgde op een eerder deskundigenrapport van N. Bosscha, dat Tomos onvoldoende concreet vond en waarop zij kritiek had geuit. Tomos stelde voor een nieuwe deskundige, C.G. Huijskens van TNO Automotive, te benoemen om aanvullende vragen te beantwoorden.

London c.s., de verzekeraars, voerden verweer en stelden primair dat Tomos niet-ontvankelijk verklaard moest worden en subsidiair dat het verzoek afgewezen moest worden wegens misbruik van bevoegdheid. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was kennis te nemen van het verzoek, maar dat het verzoek van Tomos feitelijk neerkwam op een nieuw deskundigenonderzoek omdat zij het niet eens was met het eerdere rapport. De wet staat een dergelijk verzoek alleen toe als het oorspronkelijke rapport voor verschillende uitleg vatbaar is, hetgeen Tomos niet had aangetoond.

Verder overwoog de rechtbank dat Tomos op dit moment geen belang had bij een nieuw deskundigenbericht omdat zij eerst moest afwachten of zij in rechte door London c.s. werd betrokken. Het verzoek werd daarom afgewezen en Tomos werd veroordeeld in de kosten van de procedure.

Uitkomst: Het verzoek van Tomos om een voorlopig deskundigenonderzoek te gelasten is afgewezen en Tomos is veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

Beschikking
RECHTBANK Zutphen
Sector Civiel – Afdeling Handel
zaaknummer / rekestnummer: 88982 / HA ZA 07-96
Beschikking van 8 november 2007
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TOMOS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Epe,
verzoekster,
procureur: mr. C.B. Gaaf,
advocaten: mrs. G. Klink en I. Marks te Amsterdam.
en
1. de naamloze vennootschap LONDON VERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Amsterdam, en
2. de naamloze vennootschap AEGON SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
verweerders,
procureur: mr. A.V.P.M. Gijselhart,
advocaat: mr. J.R. Meelker te Amersfoort,
Partijen worden hierna mede aangeduid als Tomos en London c.s.
1. Het verloop van de procedure.
Dit verloop blijkt uit:
? het op 8 oktober 2007 ter griffie van deze rechtbank binnengekomen verzoekschrift;
? het op 24 oktober 2007 ter griffie van deze rechtbank binnengekomen verweerschrift, tevens houdende (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek zoals bedoeld in artikel 282, lid 4 Rv.;
? het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting van 1 november 2007.
2. Het verzoek.
2.1 Tomos verzoekt een voorlopig deskundigenonderzoek te gelasten naar de oorzaak van het losschieten van de tankdop van de in het verzoekschrift nader omschreven bromfiets en een snorfiets van het merk Tomos.
2.2 Tomos voert aan dat met de bromfiets en de snorfiets ongevallen hebben plaatsgevonden, waarbij brand is ontstaan en waarbij telkens bleek dat de tankdop na het ongeval niet meer op zijn plaats zat. London c.s. is als WAM-verzekeraar aangesproken tot schadevergoeding.
Teneinde haar procespositie te kunnen bepalen heeft London c.s. op 9 mei 2006 een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht bij deze rechtbank ingediend. Op 17 augustus 2006 is daarop een beschikking gevolgd, waarbij N. Bosscha, verkeersongevallendeskundige en registerexpert bij de NIVRE, Postbus 347, 2740 AH Waddinxveen, als deskundige is benoemd.
2.3 Op 6 februari 2007 hebben partijen het rapport van Bosscha in concept ontvangen. Nadat beide partijen op dit concept commentaar hebben geleverd en nadere vragen hebben gesteld, heeft Bosscha zijn eindrapport op 5 april 2007 bij de griffie van de rechtbank gedeponeerd. Tomos verzoekt thans een deskundigenbericht te bevelen, omdat het deskundigenbericht van Bosscha zich onvoldoende concreet heeft toegespitst op de ongevallen in casu, cruciale vragen c.q. opmerkingen van Tomos naar aanleiding van de conceptrapportage in het eindrapport niet zijn meegenomen en Bosscha ten onrechte geen technisch deskundige heeft ingeschakeld. Tomos stelt thans voor C.G. Huijskens, verbonden aan TNO Automotive, als deskundige te benoemen, teneinde de door haar geformuleerde vragen te beantwoorden.
3 Het verweer.
3.1 London c.s. concludeert primair tot niet-ontvankelijk verklaring van Tomos. Daarnaast is London c.s. van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. London c.s. voert daartoe aan dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. London c.s. verwijst daarbij naar voormeld op 9 mei 2006 door London c.s. ingediend verzoek en het naar aanleiding daarvan en de daarop gegeven beschikking door Bosscha uitgebrachte rapport. Op de inhoud van dit verweer zal hierna - voorzover van belang - worden ingegaan. Subsidiair, voor het geval de rechtbank het verzoek van Tomos toewijsbaar acht, heeft London c.s. het voorwaardelijk tegenverzoek gedaan om Bosscha een aanvullende rapportage te laten uitbrengen.
4. De beoordeling.
4.1 Nu Tomos – als potentieel gedaagde in een hoofdzaak - haar vestigingsplaats in Epe heeft, behoort een eventueel geschil tot de competentie van de rechtbank Zutphen. Deze rechtbank is derhalve bevoegd om van het onderhavige verzoekschrift kennis te nemen.
4.2 Namens Tomos heeft haar raadsvrouwe ter zitting aangegeven dat het verzoek van Tomos moet worden beschouwd als een verzoek tot aanvulling van het eerder door Bosscha uitgebrachte deskundigenrapport. Op grond van de wetsgeschiedenis is een dergelijk verzoek om aanvulling slechts mogelijk als de uitkomst van het oorspronkelijk uitgebrachte rapport voor verschillende uitleg vatbaar is. Tomos heeft echter niet aangegeven welke onderdelen van het rapport van Bosscha voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Tomos vraagt feitelijk een nieuwe rapportage door een nieuwe deskundige, kennelijk omdat zij het niet eens is met de uitkomst van het onderzoek van Bosscha. Een dergelijk verzoek is in strijd met de wet en moet om die reden worden afgewezen.
4.3 De rechtbank overweegt ten overvloede nog dat Tomos op dit moment ook geen enkel belang lijkt te hebben bij een (nader) deskundigenbericht. Tomos dient in deze kwestie af te wachten of zij door London c.s. in rechte wordt betrokken. Als dit gebeurt, kan Tomos haar kritiek op het huidige deskundigenbericht zo nodig gebruiken als verweer in die procedure, hetwelk dan desgewenst kan worden onderbouwd met een rapport van de door haarzelf ingeschakelde deskundige.
4.4 Nu de rechtbank het verzoek afwijst, komt zij niet meer toe aan de beoordeling van het voorwaardelijk tegenverzoek van London c.s.
5. De kosten
Nu Tomos in het ongelijk is gesteld, dient zij te worden veroordeeld in de kosten van de behandeling van dit verzoek.
DE BESLISSING:
De rechtbank, beschikkende,
wijst af het verzoek van Tomos om een voorlopig deskundigenonderzoek te gelasten;
veroordeelt Tomos in de kosten, aan de zijde van London c.s. begroot op
€ 452,00 voor salaris van de procureur en € 251,00 voor verschotten.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Lieber en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2007