ECLI:NL:RBZUT:2008:BF6804
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid finale kwijting pensioenaffinanciering en aanspraak op bijfinanciering pensioen
Eiser was jarenlang directeur bij Nijhuis Pompen B.V. en maakte aanspraak op aanvullende pensioenrechten. Na beëindiging van zijn dienstverband ontstond discussie over de pensioenregeling en de verplichting van de werkgever tot bijfinanciering van de tijdsevenredige pensioenaanspraken.
De werkgever stelde dat een latere pensioenbrief van 1998 de geldende regeling was, een middelloonregeling, terwijl eiser stelde dat de pensioenbrief van 1990 met een eindloonregeling van toepassing bleef. De rechtbank oordeelde dat de pensioenbrief van 1990 van toepassing is en dat de pensioenregeling niet eenzijdig door de werkgever was gewijzigd.
Verder stelde de werkgever dat eiser finale kwijting had verleend voor alle aanspraken, waaronder de pensioenaffinanciering. De rechtbank oordeelde dat deze finale kwijting nietig is omdat het afkoopverbod van pensioenrechten dwingend recht is en niet kan worden uitgesloten. De vordering tot bijfinanciering wordt daarom toegewezen.
Daarnaast behandelde de rechtbank een vordering van de werkgever op eiser wegens een tantièmeregeling over een verliesjaar, waarbij eiser zich op rechtsverwerking en redelijkheid en billijkheid beriep. De rechtbank verwierp deze verweren en gaf eiser gelegenheid om nadere toelichting te geven over de finale kwijting die op deze vordering zou zien.
De rechtbank hield de zaak aan voor nadere stukken en toelichting, waarbij de pensioenbijfinanciering en de tantièmekwestie verder zullen worden behandeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de finale kwijting nietig en veroordeelt Nijhuis Pompen B.V. tot bijfinanciering van de pensioenrechten van eiser.