ECLI:NL:RBZUT:2009:BI2524
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen naar moeder in Zweden
De moeder, woonachtig in Zweden, verzocht de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van haar minderjarige kinderen, die bij hun vader in Nederland verblijven, te wijzigen. Zij voerde zorgen aan over het alcohol- en drugsgebruik van de vader, zijn agressief gedrag en een hennepkwekerij in zijn schuur. De moeder stelde dat zij een stabiele en betere opvoedingssituatie kon bieden en wenste een omgangsregeling waarbij de vader de kinderen minimaal drie keer per jaar zou zien.
De vader betwistte de aantijgingen en stelde dat er geen problemen zijn met de ontwikkeling van de kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit, inclusief een grensoverschrijdend onderzoek via ISS, en concludeerde dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats niet in het belang van de kinderen is vanwege de ingrijpende gevolgen van emigratie en het feit dat het goed gaat bij de vader.
De rechtbank oordeelde dat de zorgen van de moeder onvoldoende concreet en niet ondersteund werden door signalen vanuit school of omgeving. Hoewel de moeder inzet en mogelijkheden toont, weegt dit niet op tegen de nadelen van een verhuizing. De omgangsregeling werd gehandhaafd met een weekend per maand en vier weken zomervakantie bij de moeder. De rechtbank adviseerde mediation om de communicatie tussen ouders te verbeteren.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen naar de moeder in Zweden wordt afgewezen.