ECLI:NL:RBZUT:2009:BI2540
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening alimentatie na echtscheiding en samenwonen met nieuwe partner
Partijen zijn gescheiden en hebben een voorlopige alimentatie van € 500,-- voor hun minderjarige kind afgesproken. De vrouw verzocht om verhoging van haar eigen levensonderhoudsbijdrage, terwijl de man nihilstelling van zijn bijdrage wenste. De rechtbank oordeelt dat de voorlopige voorziening voor het kind haar kracht heeft verloren door inschrijving van de echtscheiding en dat de verzoeken omtrent het kind in de bodemprocedure aan de orde moeten komen.
Ten aanzien van de bijdrage voor de vrouw past de rechtbank artikel 1:160 BW Pro analoog toe, omdat zij na inschrijving van de echtscheiding is gaan samenwonen met een nieuwe partner als ware zij gehuwd. Hierdoor eindigt de onderhoudsplicht. De rechtbank beoordeelt het verzoek van de vrouw alleen voor de periode vóór het samenwonen, van 1 augustus 2008 tot 1 maart 2009.
De man had een lager inkomen door faillissement en doorstart van zijn onderneming, en de rechtbank gaat uit van zijn feitelijke netto inkomen van € 1.374,70 per maand plus huurinkomsten, wat leidt tot een totaal netto inkomen van € 2.190,16 per maand. Gezien zijn lasten heeft hij geen draagkracht voor een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot verhoging van de voorlopige alimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht van de man en haar samenwonen met een nieuwe partner.