ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ2466
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Van der Hooft
- Brouns
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van voormalig leidinggevende bij oplichtingspraktijken
De rechtbank Zutphen heeft op 14 juli 2009 een uitspraak gedaan in een zaak tegen een voormalig leidinggevende van meerdere rechtspersonen die betrokken waren bij oplichting van beleggers in hardhout en onroerend goed. De veroordeelde werd eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 9 maanden door het gerechtshof Arnhem.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde via vier vennootschappen aanzienlijke bedragen had overgeboekt naar zijn privérekening of contant had opgenomen en voor privédoeleinden had besteed. Deze bedragen, die in totaal €1.981.816 bedroegen, werden als wederrechtelijk verkregen voordeel aangemerkt. De veroordeelde voerde aan dat het geld was gebruikt voor bedrijfsvoering, maar kon dit niet onderbouwen met administratie of verantwoording.
De rechtbank verwierp het draagkrachtverweer van de veroordeelde en legde hem de verplichting op het genoemde bedrag aan de Staat te betalen. De beslissing was gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en het onderzoek van de FIOD/ECD.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €1.981.816 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.