ECLI:NL:RBZUT:2009:BK3761
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kredietcrisis en dalende huizenprijzen vormen geen onvoorziene omstandigheid voor ontbinding koopovereenkomst
In deze zaak stond de vraag centraal of de kredietcrisis en de daling van huizenprijzen een onvoorziene omstandigheid vormden die rechtvaardigt dat de koopovereenkomst tussen eiser en gedaagde werd ontbonden. De koop betrof een onroerende zaak met een koopsom van EUR 1.190.000,--. Gedaagde kon niet aan zijn betalingsverplichting voldoen op de afgesproken leveringsdatum, waarna eiser de overeenkomst buitengerechtelijk ontbond en aanspraak maakte op een contractuele boete van 10% van de koopsom.
De rechtbank overwoog dat economische schommelingen en prijsdalingen in de vastgoedmarkt algemeen bekend zijn en niet als uitzonderlijke onvoorziene omstandigheden kunnen worden aangemerkt. Bovendien had gedaagde rekening moeten houden met het risico van waardedaling en had hij geen financieringsvoorbehoud opgenomen, waardoor het risico voor zijn rekening komt.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst en veroordeelde hem tot betaling van de boete, vermeerderd met wettelijke handelsrente en een voorschot op schadevergoeding. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden gematigd conform het rapport Voorwerk II. De vorderingen werden grotendeels toegewezen, met uitzondering van het meer of anders gevorderde.
De uitspraak bevestigt dat economische omstandigheden zoals de kredietcrisis niet snel leiden tot ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden en benadrukt het belang van het dragen van risico’s door kopers in vastgoedtransacties.
Uitkomst: Gedaagde is toerekenbaar tekortgeschoten en veroordeeld tot betaling van boete, rente, incassokosten en voorschot op schadevergoeding.