ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4218
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbende en niet-ontvankelijkheid beroep tegen drank- en bouwvergunning
De zaak betreft een geschil over een drank- en horecavergunning en een bouwvergunning verleend aan een derde partij. Eiser betwistte deze vergunningen en stelde bezwaren in. De drank- en horecavergunning was echter vervallen op grond van artikel 33, aanhef en onder c, van de Drank- en Horecawet, waardoor eiser geen belang meer had bij de beoordeling van het beroep tegen deze vergunning. De rechtbank verklaarde dit deel van het beroep niet-ontvankelijk.
Ten aanzien van de bouwvergunning oordeelde de rechtbank dat eiser geen belanghebbende was in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat hij geen persoonlijk, rechtstreeks belang had bij het besluit. De afstand tussen de woning van eiser en de bouwwerken was circa 1 kilometer, met geen zicht op de bouwwerken en een beperkte planologische uitstraling. Hierdoor was het beroep tegen de bouwvergunning ongegrond.
De rechtbank wees ook op eerdere procedures waarbij eiser in een andere context beroep had ingesteld, maar dit deed niet af aan het huidige oordeel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Steinebach-de Wit op 25 november 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen de drank- en horecavergunning is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de bouwvergunning ongegrond.