ECLI:NL:RVS:2013:1383
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag Drank- en Horecawetvergunning na verkoop horecagelegenheid
Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn wees op 19 juli 2011 de aanvraag van de oorspronkelijke exploitant voor een Drank- en Horecawetvergunning (DHW-vergunning) af. Na bezwaar werd het besluit herroepen, maar bij een nieuw besluit op 8 december 2011 werd de aanvraag opnieuw afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitant niet-ontvankelijk omdat hij nog beschikte over een DHW-vergunning voor dezelfde locatie.
Het college stelde in hoger beroep dat de vergunning van de nieuwe exploitant als vervangende vergunning moest worden beschouwd, waardoor de vergunning van de oorspronkelijke exploitant verviel op grond van artikel 33 van Pro de DHW. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat artikel 33, lid c, alleen ziet op vervanging van vergunningen binnen dezelfde vergunninghouder en niet op vervanging door een andere exploitant.
De Afdeling verwees naar de totstandkomingsgeschiedenis van de DHW en concludeerde dat de situatie van vervanging door een andere vergunninghouder niet onder deze bepaling valt. Ook het vervallen van de exploitatievergunning van de oorspronkelijke exploitant raakt niet het bestaan van diens DHW-vergunning. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.