ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4759
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening nabestaandenuitkering en AOW-pensioenen in zorgsituatie
Eisers voeren beroep tegen de herziening van hun nabestaandenuitkering en AOW-pensioenen door de Sociale verzekeringsbank. De herziening van de nabestaandenuitkering wordt afgewezen omdat eiser 2 sinds februari 2007 een gezamenlijke huishouding voert ten behoeve van de verzorging van zijn hulpbehoevende broer.
De rechtbank oordeelt dat de herziening van de AOW-pensioenen onrechtmatig is omdat de uitzondering in artikel 17, tweede lid, van de AOW niet wordt toegepast wanneer de gezamenlijke huishouding is aangevangen voordat beide pensioengerechtigd waren. Dit onderscheid is in strijd met artikel 14 EVRM Pro, omdat het geen objectieve rechtvaardiging heeft.
De bestreden besluiten van 22 oktober 2008 worden vernietigd en de primaire besluiten van 29 april 2008 herroepen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van gelijke behandeling van pensioengerechtigden in zorgsituaties.
Uitkomst: Beroep tegen herziening nabestaandenuitkering ongegrond, beroep tegen herziening AOW-pensioenen gegrond wegens strijd met artikel 14 EVRM.