ECLI:NL:RBZUT:2009:BK6868
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Breda
- K. van Duyvendijk
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bouwvergunning en vrijstelling voor 10 vrijstaande woningen in Vorden
De rechtbank Zutphen behandelde de beroepen van drie eisers tegen de verlening van een bouwvergunning voor 10 vrijstaande woningen op een perceel in Vorden. De vergunning was verleend onder vrijstelling van het bestemmingsplan op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).
Eisers stelden onder meer dat het bouwplan in strijd was met het locatiebeleid, dat er geen goede ruimtelijke onderbouwing was, dat de flora- en fauna-inventarisatie onvolledig was, en dat hun privacy en uitzicht ernstig werden aangetast. De rechtbank oordeelde dat het bouwplan inderdaad in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat de vrijstelling terecht was verleend binnen de provinciale vrijstellingslijst. De ruimtelijke onderbouwing voldeed aan de eisen en er was geen strijd met het locatiebeleid.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de flora- en fauna-inventarisatie onvolledig was en dat de Flora- en faunawet de vrijstelling in de weg stond. Ook de bodemverontreiniging vormde geen belemmering, gezien het uitgevoerde bodemonderzoek. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden, ondanks onduidelijkheid over het aantal bouwlagen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd was en in redelijkheid gebruik had gemaakt van die bevoegdheid. De beroepen werden ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de bouwvergunning voor 10 vrijstaande woningen zijn ongegrond verklaard en de vrijstelling is terecht verleend.