ECLI:NL:RBZUT:2010:BL1731
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over levering perceel grasland met voorkeursrecht en botsende leveringsrechten
In deze zaak gaat het om een perceel grasland dat door [naam B] en zijn echtgenote aan twee verschillende partijen is verkocht. [naam A] had een voorkeursrecht tot koop dat in 1995 was vastgelegd, terwijl [eisers in conventie] het perceel in 2008 kochten. [naam A] oefende zijn voorkeursrecht uit na de verkoop aan [eisers in conventie], wat leidde tot botsende rechten op levering.
De rechtbank onderzoekt of sprake is van dwaling door [naam B] bij het sluiten van de koopovereenkomsten, met name over de ontsluiting van het perceel via een erfdienstbaarheid. Dit verweer wordt afgewezen omdat [naam B] onvoldoende heeft gesteld en zijn onderzoeksplicht niet is nagekomen.
Vervolgens beoordeelt de rechtbank de botsende leveringsrechten tussen [naam A] en [eisers in conventie]. Volgens de hoofdregel van artikel 3:298 BW Pro heeft de oudste verkrijger het sterkste recht, wat in deze zaak [eisers in conventie] is. Het voorkeursrecht van [naam A] geeft geen sterker recht op levering zonder bijkomende omstandigheden, die niet zijn gesteld.
Daarnaast is onduidelijk of [naam B] volledige eigenaar is van het perceel, aangezien zijn echtgenote mede-eigenaar is maar niet is gedagvaard. Daarom beveelt de rechtbank [eisers in conventie] om nadere stukken en toelichting te geven over de eigendomssituatie.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en bepaalt dat de zaak op 3 maart 2010 zal worden voortgezet voor nadere toelichting en afhandeling.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verlangt nadere toelichting over eigendom en levering van het perceel.