ECLI:NL:RBZUT:2010:BN5155
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek beëindiging partneralimentatie wegens samenwonen als gehuwd
Partijen zijn in 1996 gehuwd en in 2005 gescheiden, waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw betaalt. De man verzoekt de alimentatie te beëindigen omdat de vrouw volgens hem samenwoont met een nieuwe partner als waren zij gehuwd, wat de alimentatieplicht beëindigt volgens artikel 1:160 BW Pro.
De vrouw betwist dat sprake is van een affectieve duurzame relatie, wederzijdse verzorging, samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Zij erkent dat de nieuwe partner bij haar woonde en een kind verwacht werd, maar stelt dat dit onvoldoende is voor beëindiging van alimentatie.
De rechtbank stelt dat op basis van de verklaringen en het onderzoeksrapport onvoldoende bewijs is geleverd voor het rechtsvermoeden van samenwoning als gehuwd. De man krijgt de gelegenheid om nader bewijs te leveren, met name gericht op wederzijdse verzorging. Getuigen kunnen worden gehoord en stukken ingebracht.
De rechtbank wijst het verzoek tot niet-ontvankelijkheid af en houdt verdere beslissing aan totdat nader bewijs is geleverd. De procedure wordt voortgezet met een pro forma datum voor bewijslevering en getuigenverhoor.
Uitkomst: De rechtbank staat de man toe nader bewijs te leveren voor samenwoning als gehuwd en houdt de beslissing aan.