ECLI:NL:RBZUT:2010:BN7225
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over onderfinanciering en waardeoverdracht pensioenfonds aan andere verzekeraar
De Stichting TVM pensioenfonds heeft haar pensioenverplichtingen ondergebracht bij Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. Na opzegging van de overeenkomst per 31 december 2006 verzocht TVM pensioenfonds in oktober 2007 om collectieve waardeoverdracht van de opgebouwde pensioenaanspraken aan Aegon. Achmea berekende de overdrachtswaarde per 1 januari 2008 en hield een bedrag van € 911.739,- in wegens onderfinanciering, alsmede een korting van € 39.279,75 op de contante waarde van toekomstige vrijgestelde premies vanwege revalidatiekansen.
TVM pensioenfonds vorderde betaling van deze bedragen met wettelijke rente en stelde dat Achmea onterecht de onderfinanciering inhoudt en de overdrachtswaarde te laag vaststelt, in strijd met het garantiekarakter van de pensioenverzekering en wettelijke bepalingen. Achmea stelde dat zij contractueel en wettelijk niet gehouden is tot betaling van het tekort en dat de latere overdrachtsdatum gerechtvaardigd is vanwege het late verzoek van TVM pensioenfonds.
De rechtbank oordeelde dat Achmea bij de berekening van de overdrachtswaarde mocht uitgaan van het door TVM pensioenfonds daadwerkelijk gefinancierde bedrag en niet van de intern aangehouden hogere waarde. De revalidatiekorting is actuarieel verantwoord. De latere overdrachtsdatum is gerechtvaardigd omdat TVM pensioenfonds pas in oktober 2007 het verzoek deed, waardoor Achmea het jaar 2007 premievrij moest voortzetten. De vorderingen van TVM pensioenfonds worden afgewezen, maar verdere beslissing wordt aangehouden voor nadere toelichting van Achmea over arbeidsongeschiktheidssituaties.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van TVM pensioenfonds af en bevestigt de door Achmea gehanteerde berekeningswijze en latere overdrachtsdatum.