ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4377
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging erkenning wegens dwaling door niet-biologische vader
De man heeft het kind van zijn voormalig partner erkend terwijl hij niet de biologische vader is. Hij verzocht de rechtbank om vernietiging van de erkenning op grond van dwaling, stellende dat hij de juridische consequenties niet had overzien en dat hij ten tijde van de erkenning verkeerde in een situatie van emotionele beïnvloeding. De vrouw stelde dat de erkenning voortkwam uit liefde en de wens een gezin te vormen, en dat er een band tussen de man en het kind bestond.
De rechtbank benoemde een bijzonder curator voor het belang van de minderjarige en ontving een advies waarin werd gesteld dat er geen sprake was van dwaling, bedrog of bedreiging. De man was op de hoogte dat hij niet de biologische vader was en handelde uit liefde voor de vrouw. De rechtbank oordeelde dat verliefdheid geen wilsgebrek is en dat de man zich had kunnen laten informeren over de juridische gevolgen.
De rechtbank overwoog dat artikel 1:205 BW Pro alleen vernietiging toestaat bij dwaling, bedrog, bedreiging of misbruik van omstandigheden, en dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat aan deze voorwaarden was voldaan. Ook het belang van de minderjarige vormt geen grond voor vernietiging volgens dit artikel. Het verzoek tot vernietiging van de erkenning werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de erkenning wordt afgewezen omdat geen sprake is van dwaling of andere gronden voor vernietiging.