ECLI:NL:RBZUT:2010:BQ0437
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Engelbert-Clarenbeek
- H.C.M. Boon
- C. Hoogland
- Rechtspraak.nl
Vordering tot rekening en verantwoording door bewindvoerder na overlijden rechthebbende
De zaak betreft een vordering van de erfgenaam tot het afleggen van rekening en verantwoording door de bewindvoerder over het vermogen van de overleden rechthebbende over de periode 2002 tot en met 2006. De bewindvoerder had jaarlijks aan de kantonrechter gerapporteerd, maar na het overlijden van de rechthebbende is geen verantwoording aan de erfgenaam verstrekt.
De erfgenaam stelde dat diverse uitgaven niet aannemelijk ten behoeve van de rechthebbende waren gedaan, waaronder aanzienlijke kasopnames, kleding en aankopen bij een slaapkamerspeciaalzaak. De bewindvoerder voerde verweer dat alle uitgaven gerechtvaardigd waren en dat hij door verhuizingen niet alle administratie meer kon overleggen.
De rechtbank oordeelde dat het recht van de erfgenaam om alsnog rekening en verantwoording te vragen niet onredelijk is en dat de bewindvoerder zijn taak niet voldoende heeft vervuld. De vordering tot opgave van goederen werd afgewezen omdat de erfgenaam onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de goederen nog aanwezig waren en tot het bewind behoorden.
De rechtbank gelastte dat de bewindvoerder binnen drie weken een akte met rekening en verantwoording over de gehele periode zal nemen, waarna de erfgenaam hierop kan reageren. Een comparitie zal worden gelast indien nodig. De verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De bewindvoerder wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het gevoerde bewind over de jaren 2002 tot en met 2006.