ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ1764
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat voor niet instellen hoger beroep en woonlastenfaciliteit
De zaak betreft een civiele procedure tussen een cliënt en zijn advocaat over vermeende tekortkomingen in de rechtsbijstand. De cliënt vordert onder meer schadevergoeding wegens het niet instellen van hoger beroep in een strafzaak en aansprakelijkheid voor het niet instellen van een vordering tot woonlastenfaciliteit.
De rechtbank constateert dat de advocaat niet tijdig een toevoeging voor gefinancierde rechtsbijstand heeft aangevraagd, maar oordeelt dat dit niet tot aansprakelijkheid leidt omdat de cliënt zelf de aanvraag had kunnen controleren. Wel is vastgesteld dat de advocaat tekort is geschoten door het niet instellen van hoger beroep na een strafzitting, wat resulteerde in onnodige thuisdetentie van 37 dagen. De rechtbank kent hiervoor een schadevergoeding toe van €2.110,86.
De vordering over de woonlastenfaciliteit wordt afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd dat de ex-partner van de cliënt gehouden was tot medewerking en dat daardoor schade is ontstaan. Daarnaast wordt de vordering tot partiële ontbinding van de overeenkomst afgewezen omdat de cliënt gehouden blijft aan betaling voor werkzaamheden tot het moment van tekortkoming. De rechtbank veroordeelt de cliënt tot betaling van de openstaande rekeningen van de advocaat.
Uitkomst: Advocaat wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens niet instellen hoger beroep, overige vorderingen worden afgewezen.