ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Valderen
- Van der Mei
- Ouweneel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van mensenhandel en afpersing wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen drie mannen die werden verdacht van mensenhandel en afpersing van een vrouw uit Doetinchem. Het Openbaar Ministerie stelde dat de verdachten het slachtoffer onder dwang en geweld tot prostitutie hadden gedwongen en geld hadden afgenomen.
Het slachtoffer had aanvankelijk verklaard dat zij gedwongen werd, mishandeld werd en geld moest afstaan, maar kwam hier later op terug en verklaarde onder ede dat zij vrijwillig in de prostitutie werkte en niet door de verdachten was gedwongen. De rechtbank vond dat de verklaringen van het slachtoffer niet consistent waren en dat er geen ondersteunend bewijs was dat dwang of geweld had plaatsgevonden.
Ook de getuigenverklaringen en het letsel dat het slachtoffer had, konden niet overtuigend gekoppeld worden aan de ten laste gelegde feiten. De rechtbank oordeelde dat de tenlasteleggingen niet wettig en overtuigend bewezen waren en sprak de verdachten vrij. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafzaak werd verloren.
De uitspraak benadrukt het belang van consistent bewijs en de noodzaak van ondersteunend bewijs bij mensenhandelzaken, vooral wanneer het slachtoffer tegenstrijdige verklaringen aflegt.
Uitkomst: Verdachten worden vrijgesproken van mensenhandel en afpersing wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.