ECLI:NL:RBZUT:2011:BU6845

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
16 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-681
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.42 WmArt. 8.40 WmArt. 2.17 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheerArt. 2.20 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheerAfdeling 3.4 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling maatwerkvoorschriften geluid en bevoegdheid gemeente bij bedrijfspercelen Multiwerk

Multiwerk B.V. heeft beroep ingesteld tegen maatwerkvoorschriften die het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn heeft gesteld met betrekking tot geluidsoverlast op de bedrijfspercelen. De inrichting bestaat uit een loods en een werkplaats waar houtbewerking plaatsvindt. De maatwerkvoorschriften bevatten beperkingen zoals het beperken van motorgeluid bij laden en lossen, het verbod op het gebruik van een minishovel, en beperkingen op rij- en laadactiviteiten in de avonduren.

De rechtbank toetste de bevoegdheid van het college en de rechtmatigheid van de voorschriften. Het college werd terecht niet bevoegd geacht om handhavend op te treden tegen het gebruik van de bedrijfspercelen in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank verwierp de stellingen van Multiwerk dat het college zelf de geluidsoverlast had veroorzaakt door eerdere bouwvergunningen en dat de geluidsmetingen onjuist waren. Ook het bezwaar tegen het maatwerkvoorschrift dat het gebruik van de minishovel verbiedt, werd ongegrond verklaard.

De rechtbank bevestigde dat het maatwerkvoorschrift dat rijden van bedrijfswagens tussen 19.00 en 22.00 uur verbiedt, niet het parkeren van bedrijfswagens in die periode uitsluit. De geluidsonderzoeken waarop het college zich baseerde werden als betrouwbaar beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep van Multiwerk tegen de maatwerkvoorschriften geluid wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Meervoudige kamer
Reg.nr.: 11/681
Uitspraak in het geding tussen:
Multiwerk B.V.
te Apeldoorn,
eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn
verweerder.
[derde partij A] en [derde partij B]
beiden te Apeldoorn,
derde-partijen.
1. Procesverloop
Bij besluit van 29 maart 2011 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder maatwerkvoorschriften gesteld met betrekking tot de inrichting van eiseres op de percelen, kadastraal bekend gemeente [gemeente, kadastraal nummer], plaatselijk bekend [perceel 2] onderscheidenlijk [perceel 1] te Apeldoorn.
Het bestreden besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Eiseres heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.
Het beroep is, gelijktijdig met de beroepen met reg.nrs.: 10/1461, 11/723 en 11/726, behandeld ter zitting van 4 oktober 2011. Namens eiseres is [naam] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Groeneveld en M. Bomhof. [derde partij A] is verschenen, bijgestaan door H. Martens, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp te Assen. [derde partij B] is eveneens verschenen.
2. Overwegingen
2.1 Ingevolge artikel 8.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen de verplichting worden opgelegd te voldoen aan voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu, gesteld door een bij die maatregel aangegeven bestuursorgaan.
Ingevolge artikel 2.17, eerste lid, onder a, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr, LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, dat het niveau op de gevel van gevoelige gebouwen, voor zover thans van belang, niet meer mag bedragen dan (LAr, LT) 50 en 45 dB(A) in onderscheidenlijk de dag- en de avondperiode en (LAmax) 65 dB(A) in de avondperiode.
Ingevolge artikel 2.20, vijfde lid, van het Activiteitenbesluit kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen welke technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht en welke gedragsregels in acht worden genomen teneinde aan geldende geluidsnormen te voldoen.
2.2 De inrichting bestaat, voor zover hier van belang, uit een loods aan de [perceel 2] voor de opslag van materialen en stalling van voertuigen en voor herstel- en constructieve activiteiten en uit een werkplaats met bijbehorend terrein aan [perceel 1], waar hout met behulp van diverse houtbewerkingmachines wordt bewerkt.
Bij het bestreden besluit zijn vier maatwerkvoorschriften inzake het aspect geluid gesteld ten aanzien van de inrichting van eiseres:
“Maatwerkvoorschrift 1.
De volgende maatregelen moeten in de inrichting worden toegepast:
- Motoren van bedrijfswagens mogen tijdens het laden en lossen alleen in werking zijn indien dit strikt noodzakelijk is voor het laden en lossen (bijvoorbeeld bij gebruik van een hydraulische kraan);
- Storten van afval in de containers mag allen in de dagperiode (van 7.00 tot 19.00 uur) plaatsvinden:
- Ramen en deuren van de werkplaatsen aan de [perceel 2] en [perceel 1] worden bij lawaaimakende werkzaamheden gesloten gehouden;
- Ramen in de werkplaats aan [perceel 1] moeten in ieder geval kierdicht en zonder breuken zijn.
Maatwerkvoorschrift 2.
De minishovel mag op het terrein van de inrichting aan [perceel 1] niet worden gebruikt.
Maatwerkvoorschrift 3.
In de periode tussen 19.00 tot 22.00 uur mogen geen bedrijfswagens op het terrein van de inrichting aan [perceel 1] rijden.
Maatwerkvoorschrift 4.
In de inrichting mag het laden en lossen van steigermateriaal niet vaker dan 12 keer per jaar plaatsvinden.
De vergunninghouder is verplicht in een logboek datum en tijdstip te registreren van het incidenteel lossen van het steigermateriaal.”
2.3 Eiseres betoogt in beroep dat verweerders gemeente de problemen met betrekking tot het aspect geluid zelf heeft gecreëerd door het verlenen van een bouwvergunning aan de eigenaar van het perceel Burglaan 34 in 1996 en dat daarmee sprake is van onbehoorlijk bestuur. Gebleken is evenwel dat verweerder de desbetreffende bouwvergunning niet heeft kunnen weigeren, nu zich geen weigeringsgrond voordeed. Reeds om die reden kan het betoog van eiseres niet slagen.
2.4 Eiseres betoogt verder dat maatwerkvoorschrift 3 er aan in de weg staat dat bedrijfswagens op het terrein aan [perceel 1] kunnen worden geparkeerd tijdens avond- en nachtperiode. De rechtbank verstaat evenwel onder “rijden” in dit maatwerkvoorschrift, met verweerder, het “manoeuvreren anders dan in het kader van parkeren”. Het maatwerkvoorschrift staat derhalve niet in de weg aan het parkeren van bedrijfswagens op het terrein. Reeds om die reden kan dit betoog van eiseres niet slagen.
2.5 Eiseres betoogt voorts dat de bij de woning aan de [adres A] vastgestelde mate van overschrijding van het toegestane maximale geluidsniveau in de avondperiode niet juist kan zijn, gelet op de vastgestelde overschrijdingen op andere dichterbij gelegen rekenpunten. Verweerder heeft zich in dit verband naar het oordeel van de rechtbank evenwel kunnen baseren op tabel 2.2 op p. 13 van het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde geluidsrapport van Schoonderbeek en Partners Advies BV te Ede van 21 oktober 2010. Uit dit onderzoek is af te leiden dat op referentiepunt 27.2, de desbetreffende woning, als gevolg van het rijden van de bedrijfswagens op het terrein aan [perceel 1] een overschrijding van het toegestane maximale geluidsniveau in de avondperiode van 4,5 dB(A) wordt veroorzaakt. De rechtbank heeft in wat eiseres heeft aangevoerd, geen grond gevonden voor het oordeel dat de in het rapport neergelegde onderzoeksresultaten, waaruit een overschrijding van het toegestane maximale geluidsniveau in de avondperiode van 13,2 dB(A) op rekenpunt 08.2 (woning [adres B]) is af te leiden, onjuist zijn. Ook dit betoog van eiseres kan derhalve niet slagen.
2.6 Eiseres betoogt ten slotte dat verweerder maatwerkvoorschrift 2 niet heeft mogen stellen, nu de eigenaar van de percelen [adres B en C] toestemming heeft gegeven voor het gebruiken van de minishovel op het terrein aan [perceel 1]. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eventuele privaatrechtelijke afspraken met de eigenaar van de percelen [adres B en C] verweerder niet nopen om af te zien van het stellen van dit maatwerkvoorschrift. Het betoog van eiseres slaagt niet.
2.7 De conclusie moet zijn dat het beroep van eiseres ongegrond is. Voor een veroordeling in proceskosten van eiseres bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda, voorzitter, en mr. M. Groverman en mr. W.J.B. Claassen-Dales, leden. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 november 2011.