ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2313
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige advisering pensioenregeling
Vicoma vordert dat Thoma wordt veroordeeld wegens wanprestatie en onrechtmatig handelen bij advisering over een nieuwe collectieve pensioenregeling, de zogenaamde Nieuwe Regeling, die in 2002 werd ingevoerd als vervanging van de Oude Regeling. Vicoma stelt dat Thoma onvoldoende heeft geïnformeerd over de risico's en kosten van de Nieuwe Regeling, waaronder het beleggingsrisico en de hoge kostenlading, en dat dit heeft geleid tot schade.
Thoma betwist de vorderingen en voert aan dat zij heeft voldaan aan haar zorgplicht, dat de risico's en kosten voldoende zijn toegelicht, en dat Vicoma en haar werknemers bewust hebben gekozen voor de Nieuwe Regeling. Tevens wijst Thoma op het ontbreken van transparantie van Aegon over kosten, waarvoor Vicoma zelf verantwoordelijk is. De rechtbank overweegt dat de informatieverstrekking door Thoma voldoende duidelijk was over het beleggingsrisico en dat het gebruik van termen als "spaarpot" niet misleidend was.
De rechtbank concludeert dat Vicoma niet heeft aangetoond dat Thoma toerekenbaar tekort is geschoten of onrechtmatig heeft gehandeld. Ook is onvoldoende onderbouwd dat een collectieve regeling beter zou zijn geweest. De vorderingen worden afgewezen en Vicoma wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van Vicoma worden afgewezen; Vicoma wordt veroordeeld in de proceskosten.