ECLI:NL:RBZUT:2012:BW6471
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkomen op intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig medewerker van een wasserij, ontving sinds 1986 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2006 trok het UWV deze uitkering in omdat de arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 15%. Eiser verzocht in 2011 om terug te komen op deze intrekking, stellende dat zijn klachten waren toegenomen en dat het besluit onterecht was.
Het UWV weigerde terug te komen op het besluit, stellende dat het besluit onherroepelijk was en dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren gebleken. Ook was geen sprake van toegenomen beperkingen die recht zouden geven op een uitkering op grond van artikel 43a van de WAO.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om terug te komen op het besluit alleen gehonoreerd kan worden bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die tot een andere uitkomst hadden geleid indien deze in 2006 bekend waren geweest. Eiser bracht slechts een nieuw feit aan over de registratie van de verzekeringsarts, maar dit was onvoldoende onderbouwd en zou het besluit niet anders hebben beïnvloed.
Medische onderzoeken door verzekeringsartsen bevestigden dat er geen toename van beperkingen was. De rechtbank vond dat het UWV de gezondheidstoestand van eiser juist had ingeschat en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het UWV om terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering is ongegrond verklaard.