Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen nabij een boerderij waar een nieuwe koeienstal gebouwd zou worden. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €396.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €332.000 aanvoerde.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast bij de heffingsambtenaar lag, die deze had onderbouwd met een taxatierapport van januari 2013. De kern van het geschil betrof de vraag of de bouw van de stal een waardedrukkend effect had op de woningwaarde.
De taxateur lichtte toe dat het geen megastal betrof, maar een stal voor 148 koeien, die verder van woningen afligt dan de oude stal en voorzien is van moderne technieken waardoor stankoverlast beperkt blijft. De woning ligt buiten de stankcirkel en het uitzicht verandert nauwelijks.
De rechtbank achtte het waardedrukkend effect niet aannemelijk en oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €396.000 wordt ongegrond verklaard.