Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de economische politierechter;
- het wrakingsverzoek zoals dit blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting van verzoeker bij de economische politierechter van 13 mei 2013 (hierna: de terechtzitting);
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 7 juni 2013;
- de bij die behandeling namens verzoeker overgelegde pleitnota.
2.Het verzoek
3.Feiten
- dat de gehanteerde onderzoeksmethode niet goed is, omdat sprake kan zijn van contaminatie;
- dat de getuige-deskundige Lasaroms van RIKILT antwoorden heeft gegeven op aan hem gestelde vragen, waarbij is gesproken over de SOP A1025-richtlijnen;
- dat ter terechtzitting van 18 juni 2012 de toen zittende economische politierechter heeft beslist dat die richtlijnen aan de stukken moeten worden toegevoegd;
- dat echter thans de (huidige) economische politierechter op die beslissing is teruggekomen, omdat RIKILT op grond van opsporingstechnische redenen terughoudend is in de verstrekking van die richtlijnen, welke redenering de verdediging niet begrijpt;
- dat de alternatieven die door RIKILT zijn geboden en de mogelijkheid van een contra-expertise onvoldoende zijn;
- dat het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in haar uitspraak van 27 augustus 2009 (LJN: BJ6704) immers als elementair beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging heeft overwogen dat de verdediging recht heeft op die stukken, die als basis dienen (in het onderhavige geval de richtlijnen die dienen bij de monsterneming en de analyse);
- dat door de beslissing van de economische politierechter door de verdediging niet valt te toetsen hoe een en ander bij de AID en RIKILT is verlopen; dat die toetsing daarmee buiten spel is gezet en dat ook de verdediging zich buiten spel voelt gezet;
- dat met die beslissing de economische politierechter een standpunt heeft ingenomen dat de partijdigheid en vooringenomenheid raakt;
- dat de vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering door die beslissing niet zijn te beantwoorden en dat de economische politierechter door die beslissing partijdigheid heeft getoond.
4.Standpunten partijen
5.Motivering
6.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de strafzaak met parketnummer 02-994532-10 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.