Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende hield in haar accijnsgoederenplaats sterke drank in opslag voor een Zwitserse firma. In 2008 werden vier zendingen sterke drank onder accijnsschorsing naar Portugal verzonden. De Portugese douaneautoriteiten verklaarden dat de goederen niet waren aangekomen en dat de stempels op de administratieve geleidedocumenten vals waren.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag accijns op omdat de goederen geacht worden te zijn uitgeslagen uit de accijnsgoederenplaats van belanghebbende. Belanghebbende voerde aan dat de aanslag onterecht was en stelde dat de inspecteur onjuiste wetsartikelen had genoemd, wat volgens haar tot nietigheid van de aanslag moest leiden.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de bewijslast had voldaan met de verklaringen van de Portugese autoriteiten en dat de onregelmatigheid zich in Nederland had voorgedaan. De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende en bevestigde de naheffingsaanslag. Ook vond de rechtbank dat belanghebbende voldoende tijd had gekregen om bewijs te leveren dat de onregelmatigheid elders had plaatsgevonden, wat niet is gebeurd.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de naheffingsaanslag accijns omdat de zendingen sterke drank hun bestemming in Portugal niet bereikten en sprake is van uitslag.