ECLI:NL:RBZWB:2013:7291
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet statutair directeur woningcorporatie wegens ernstig vermoeden van fraude
De zaak betreft het ontslag op staande voet van de statutair directeur van woningcorporatie Laurentius, na langdurige schorsing vanwege verdenking van ernstige strafbare feiten zoals fraude en verduistering. De directeur werd geschorst en ontving geen loon, waarna hij het ontslag aanvocht en loonvorderingen instelde.
De rechtbank stelt vast dat de schorsing en het niet doorbetalen van loon in beginsel voor rekening van de werkgever komen, tenzij sprake is van omstandigheden in de risicosfeer van de werknemer. De directeur was geschorst vanwege strafrechtelijke verdenkingen en belemmerd in zijn werkzaamheden. Hij gaf geen openheid van zaken over de aantijgingen en werkte niet mee aan het forensisch onderzoek.
De werkgever ontving kort voor het ontslag nieuwe strafrechtelijke stukken die een ernstig vermoeden van fraude bevestigen. De directeur maakte geen gebruik van de geboden reactiemogelijkheid. De rechtbank oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, de loonvorderingen worden afgewezen en het te veel betaalde salaris over de periode van voorlopige hechtenis moet worden terugbetaald.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en de loonvorderingen van de directeur worden afgewezen.