Eiseres, een groothandel in farmaceutische producten met een groothandelaarsvergunning, leverde UR-geneesmiddelen rechtstreeks aan tandartsen, wat in strijd is met de Geneesmiddelenwet. De minister legde hiervoor een bestuurlijke boete van €19.000 op. Eiseres betwistte de boete onder meer vanwege onzorgvuldige voorbereiding en onduidelijke motivering.
De rechtbank stelde vast dat de minister terecht aannam dat eiseres de wet had overtreden en bevoegd was een boete op te leggen. De minister baseerde de boete op beleidsregels en een samenwerkingsprotocol met het Openbaar Ministerie, waarbij bestuursrechtelijke handhaving de voorkeur kreeg boven strafrechtelijke vervolging. De boete werd bepaald op basis van ernst, duur en bereik van de overtreding, met enkele verzwarende en verlichtende omstandigheden.
De rechtbank vond echter dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met twee verlichtende omstandigheden: de naleving van Good Distribution Practice bij inspecties in 2009 en 2012 en het feit dat geen directe levering plaatsvond zonder goedkeuring van de apotheker. Daarom werd de boete gematigd tot €10.000. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegewezen.