Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
mr. B.W. van Eeken-Liu, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kreeg van zijn werkgever een auto ter beschikking gesteld over de jaren 2010, 2011 en 2012. Hoewel hij een verklaring 'geen privégebruik auto' had ontvangen in 2006, heeft de werkgever de forfaitaire bijtelling niet toegepast. De inspecteur stelde naheffingsaanslagen en boetes op vanwege onvoldoende bewijs dat de auto niet meer dan 500 kilometer privé was gebruikt.
Belanghebbende voerde aan dat hij alleen zakelijke kilometers had gereden en dat de rittenregistraties achteraf en niet sluitend waren vanwege drukte op het werk. De rechtbank oordeelde dat de rittenregistraties geen exact overzicht boden en dat belanghebbende niet overtuigend had bewezen dat het privégebruik beperkt bleef tot 500 kilometer per jaar.
De rechtbank wees het beroep af en stelde dat de wettelijke regeling niet onredelijk werd toegepast. Ook de heffingsrente werd gehandhaafd omdat daartegen geen zelfstandige grieven waren ingebracht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen en boetes worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van beperkt privégebruik auto.