Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verzoeker],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van een werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer vanwege een reorganisatie waarbij arbeidsplaatsen vervallen. De werknemer, die sinds 1983 in dienst is en een periode militaire dienstplicht vervulde, werd op basis van het afspiegelingsbeginsel geselecteerd voor ontslag. De werkgever bood een beëindigingsvergoeding aan conform het sociaal plan.
De werknemer voerde verweer tegen het ontbindingsverzoek, onder meer door te stellen dat de bedrijfseconomische noodzaak onvoldoende was onderbouwd en dat het afspiegelingsbeginsel onjuist was toegepast omdat zijn anciënniteit niet mocht worden onderbroken door de militaire dienstplicht. De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst tijdens de militaire dienstplicht ononderbroken is doorlopen, waardoor de anciënniteit van de werknemer vanaf 1983 moet worden berekend.
Hierdoor had niet de werknemer, maar een collega met kortere anciënniteit voor ontslag in aanmerking moeten komen. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever het afspiegelingsbeginsel onjuist had toegepast en wees het ontbindingsverzoek af. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege onjuiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel.