Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete die waren opgelegd omdat haar personenauto met een geschorst kenteken op de openbare weg was geconstateerd. Belanghebbende stelde dat de auto op dat moment bij haar ouders stond en dat zij de enige was met de autosleutels. Ze deed aangifte van kentekenvervalsing bij de politie.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur met een foto aannemelijk had gemaakt dat het motorrijtuig met het betreffende kenteken op de A2 was gebruikt. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat het een ander voertuig met valse kentekenplaten betrof, mede omdat de foto vlakbij de woonplaats van belanghebbende was genomen en zij geen aanvullend bewijs had geleverd.
Verder werd geoordeeld dat de naheffingsaanslag correct was berekend conform de Wet op de motorrijtuigenbelasting en dat de boete van 100% passend was omdat belanghebbende geen bewijs had geleverd van afwezigheid van schuld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en boete worden bevestigd; het beroep wordt ongegrond verklaard.