Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende en zijn echtgenote wonen sinds december 2009 in een mobiel chalet op gehuurde grond. Voor het jaar 2010 heeft belanghebbende rente betaald over een lening voor de aankoop van het chalet en vordert hij renteaftrek op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank onderzoekt of het chalet kwalificeert als eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet IB. Hoewel het chalet duurzaam ter plaatse is en als onroerende zaak wordt beschouwd, is het geplaatst op gehuurde grond zonder recht van opstal. Hierdoor is het chalet door natrekking eigendom van de grondeigenaar geworden.
De rechtbank concludeert dat het chalet niet als eigen woning kan worden aangemerkt omdat belanghebbende geen economische eigendom bezit. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen omdat de inspecteur de aanslag zonder nadere controle heeft vastgesteld. Het chalet en de bijbehorende schuld behoren tot box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat het chalet geen eigen woning is voor de Wet inkomstenbelasting 2001.