Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
“Handhaving”een publicatie is geschreven over de bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]). Door het hoofd van het Milieuteam, door [verbalisant 1] en door een operationeel chef van onderzoek is informatie over het politieonderzoek verstrekt. Die informatie bestond uit strafvorderlijke gegevens. Hierdoor is gehandeld in strijd met de geheimhoudingsplicht waardoor deze opsporingsambtenaren onrechtmatig hebben gehandeld.
“Handhaving”een publicatie gestaan over [bedrijf 1] (Handhaving, 25e jaargang, februari 2009). In deze publicatie hebben de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 4] zich uitgelaten over illegale grondstromen en lozingen van afvalwater op een sloot door [bedrijf 1]. [bedrijf 1] en [bedrijf 5] zijn daarbij met naam genoemd.
“Handhaving”is een tijdschrift voor uitvoerders en handhavers op het gebied van ruimte, wonen en milieu, bestemd voor een kleiner publiek, echter wel een openbare bron. In het artikel wordt [bedrijf 1] op een negatieve wijze neergezet. De rechtbank is van oordeel dat het ongepast en ongewenst is dat opsporingsfunctionarissen zich op een dergelijke wijze uitlaten over personen/bedrijven terwijl hun zaak nog onder de rechter is en nog niet onherroepelijk is beslist.
4.De beoordeling van het bewijs
“Handhaving”.Deze publicatie was onnodig schadelijk en kwetsend. De publicatie doet blijken van een ongepaste tunnelvisie met een ongepaste bravoure.
“Handhaving”, betoogd dat tijdens het opsporingsonderzoek met tunnelvisie naar de zaak is gekeken.
- het gaat om handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op voorkoming van de gedraging.
of omstreeksde periode januari 2007 tot en met
al dan nietopzettelijk een
in ofop perceel
/ofde werking daarvan was veranderd door
/ofhet niet meer gescheiden verwerken en/of afvoeren van het percolaat van
/ofhet
tot dat/die feiten opdracht gegeven, althans
(en
);
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode
in ofop het perceel
in elk geval een inrichting
al dan
een of meervoorschriften
/ofverkeerde de
/ofliep afvalwater en/of percolaat over de
/oflekten
één of meernaden van
/ofvond vermenging van afvalwaterstromen plaats
/ofstond op rijwegen/rijpaden en inspectiepaden een
(grote)hoeveelheid
en/of
tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans
(en
);
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode
al dan nietopzettelijk,
of omstreeks15 oktober 2007 in de bodem in een greppel op/langs het TOP
/of
of omstreeks28 november 2007 in de bodem op een strook grond en
/ofvan
/of
of omstreeks10 januari 2008 in de bodem van het terrein en
/ofvan een
/of
of omstreeks18 januari 2008 en
/of27 januari 2008 in de bodem van een
/of
of omstreeks28 maart 2008 in de bodem in een greppel op/langs het TOP
en/of in de bodem van een terrein aan de [adres 4]en
/of
of omstreeks31 maart 2008 in de bodem van een terrein aan de [adres 3]
/of
of omstreeks17 juni 2008 in de bodem van een
eengreppel op/langs het
/ofin de bodem van het terrein aan de [adres 4],
tot dat/die feiten opdracht gegeven, althans
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
“Handhaving”. Zoals de rechtbank al heeft overwogen acht de rechtbank het onwenselijk en ongepast dat opsporingsfunctionarissen zich publiekelijk uitlaten over een zaak die nog onder de rechter gebracht moet worden.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 4. tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 169 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
betaling van een geldboete van € 25.000,00;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
160 dagen.