ECLI:NL:RVS:2006:AX2060
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bestuursdwang wegens overtreding vergunningvoorschriften Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Verzoekster was geconfronteerd met een bestuursdwangbesluit van het waterschap Brabantse Delta vanwege vermeende overtredingen van artikel 30a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en verschillende vergunningvoorschriften verbonden aan haar inrichting. Zij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening tegen het bestuursdwangbesluit.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek en onderzocht per voorschrift de gegrondheid van de overtredingen. Voor voorschrift 2.1 over percolaat en voorschrift 4 over wijzigingen in de bedrijfsvoering werd vastgesteld dat er overtredingen waren. Voor voorschrift 2.2 (verboden lozing op oppervlaktewater) en voorschrift 10.1 (verontreiniging door afstromend regenwater) was onvoldoende aannemelijk dat overtredingen hadden plaatsgevonden, zodat het verzoek daartoe werd toegewezen.
Verder oordeelde de Voorzitter dat het waterschap bevoegd was om bestuursdwang toe te passen vanwege het reële gevaar voor verontreiniging en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die handhaving in de weg stonden. Het griffierecht werd aan verzoekster vergoed. De voorlopige voorziening schorst het bestuursdwangbesluit slechts voor de voorschriften 2.2 en 10.1.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit wordt geschorst voor voorschriften 2.2 en 10.1, voor de overige voorschriften wordt het verzoek afgewezen.