ECLI:NL:RBZWB:2013:8349
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over fictieve weigering en dwangsom bij niet tijdig beslissen op bezwaar inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2008, maar de inspecteur beschouwde het bezwaar onterecht als ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet eigenhandig een bezwaar kan intrekken zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de indiener, welke hier ontbrak.
De brief van de inspecteur waarin het bezwaar als ingetrokken werd beschouwd, kan niet als een uitspraak op bezwaar worden aangemerkt wegens het ontbreken van een rechtsmiddelclausule en de strekking van de brief. Hierdoor is er nog geen uitspraak op bezwaar gedaan en is het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond.
De rechtbank legt de inspecteur op binnen twee weken alsnog uitspraak te doen en verbindt hieraan een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000. Tevens wordt vastgesteld dat de inspecteur reeds een dwangsom van €1.260 heeft verbeurd en wordt hij veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt gegrond verklaard en de inspecteur wordt opgedragen binnen twee weken uitspraak te doen, met een dwangsom bij overschrijding.