Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft 28 taxi’s overgenomen van een failliete verkoper die eerder ineens BPM terugontving. De verkoper kreeg naheffingsaanslagen opgelegd wegens te veel terugontvangen BPM, maar heeft deze niet betaald. Belanghebbende verzocht om teruggaaf BPM op grond van de Leidraad BPM 2006, die inmiddels vervallen is.
De rechtbank stelt vast dat artikel 16, vijfde lid van de Wet BPM duidelijk voorschrijft dat teruggaaf alleen kan plaatsvinden voor zover eerder betaalde BPM is voldaan. Omdat de verkoper niets heeft betaald op de naheffingsaanslagen, bestaat er geen recht op teruggaaf voor belanghebbende. De Leidraad BPM 2006 kan niet prevaleren boven de wet en het beroep daarop wordt afgewezen.
Belanghebbende wijst op een eerdere uitspraak van het gerechtshof waarin teruggaaf werd verleend bij aankoop uit faillissement, maar de rechtbank benadrukt dat in die zaak sprake was van in rechte te beschermen vertrouwen, wat hier ontbreekt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van BPM omdat de verkoper de naheffingsaanslagen niet heeft voldaan.