ECLI:NL:RBZWB:2013:BY8467
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering loonbetaling tijdens schorsing statutair directeur wegens strafrechtelijke verdenking
De zaak betreft een statutair directeur van de vereniging Laurentius die sinds mei 2012 geschorst is vanwege verdenking van ernstige strafbare feiten, waaronder oplichting en witwassen. De directeur werd in voorlopige hechtenis genomen, later geschorst en ontslagen. Laurentius stopte met loonbetaling omdat de directeur zijn werkzaamheden niet kon verrichten door de schorsing en de aan de schorsing verbonden voorwaarden.
De directeur vorderde bij de rechtbank een voorlopige voorziening om het loon doorbetaald te krijgen gedurende de procedure. Laurentius voerde verweer dat de schorsing gerechtvaardigd is en dat het niet betalen van loon redelijk is vanwege de ernstige verdenkingen en het gebrek aan medewerking van de directeur aan een forensisch onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de schorsing en de beperkingen die daaraan verbonden zijn, in redelijkheid voor rekening van de werkgever komen, tenzij de werknemer verwijtbaar handelt. In dit geval weegt mee dat de directeur geen openheid van zaken geeft en niet meewerkt aan het onderzoek, terwijl er sprake is van ernstige verdenkingen en mogelijke schade aan de organisatie.
Daarom is het onaanvaardbaar dat Laurentius het loon doorbetaalt zolang deze omstandigheden voortduren. De voorlopige voorziening wordt geweigerd en de directeur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank weigert de voorlopige voorziening tot loonbetaling aan de geschorste directeur wegens het ontbreken van medewerking en het bestaan van ernstige verdenkingen.